Ivo Korte, algemeen directeur Tomingroep, aan de lopende band op de afdeling Verpakken in Hilversum.

Interview met Ivo Korte – Algemeen directeur Tomingroep

Algemeen Directeur Tomingroep) over zijn visie op de toekomst van de sociale infrastructuur in de Gooi en Vechtstreek, Eemnes en Almere


Werk is het krachtigste middel om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt perspectief te bieden. Het draagt bij aan geluk, gezondheid en eigen regie. De arbeidsmarkt vraagt om mensen, en de samenleving wint als meer mensen participeren. Dit is het vertrekpunt van mijn visie.

Huidige situatie en knelpunten

In het werkgebied van Tomingroep nemen tienduizend mensen met een bijstandsuitkering niet deel aan de arbeidsmarkt. Voor een deel van deze groep is werk geen haalbare optie, maar voor velen juist wel – en dáár moeten we op inzetten. De sleutel tot succes ligt in nauwe, structurele samenwerking tussen de gemeentelijke afdelingen Werk & Inkomen en Tomingroep.

Op dit moment ontbreekt het aan voldoende gezamenlijk inzicht in wat mensen kunnen en nodig hebben om te kunnen gaan werken . Gemeentelijke consulenten beoordelen trajecten vaak op basis van een gesprek, zonder de persoon aan het werk te hebben gezien. Tomingroep heeft juist de kennis, werkplekken en ervaring om mensen in een praktijkomgeving te observeren en begeleiden. Daarom is het noodzakelijk dat consulenten en Tomingroep vanaf het eerste moment samenwerken – idealiter al bij de uitkeringsaanvraag – via een tweegesprek over inkomen én werk.

Ook fysieke nabijheid is belangrijk: als consulenten deels op de locaties van de eigen sociale infrastructuur werken, ontstaat er directe afstemming, zicht op voortgang en snellere bijsturing. Zo voorkom je overdrachtsverlies en versterk je de effectiviteit van begeleidingstrajecten.

Gezien de omvang van de doelgroep is een gefaseerde aanpak nodig, met voldoende ruimte voor zorgvuldige opvolging, ook voor mensen die nog niet direct richting werk kunnen. Tegelijkertijd moeten we werkgevers bewust maken van het arbeidspotentieel binnen deze groep. Want hoewel niet iedereen alles kan, kunnen velen wél veel.

Alleen door deze driehoek – gemeente, Tomingroep en werkgevers – actief te verbinden, ontstaat een échte inclusieve arbeidsmarkt.

Een andere benadering: maatwerk én massa

Ik pleit voor een radicale omslag in denken én organiseren. We zouden integrale teams moeten vormen, waarin gemeenten, Tomingroep, jobcoaches, scholen en werkgevers gezamenlijk optrekken. Niet alleen bij de intake, maar in het hele traject. Bij aanmelding voor een uitkering moet niet alleen gekeken worden of iemand recht heeft op inkomen, maar direct ook of en hoe hij of zij naar werk begeleid kan worden. Dat vraagt om een structurele samenwerking aan de voorkant.

Om dit te bevorderen opteer ik voor gezamenlijke werklocaties waar mensen begeleid worden, consulenten aanwezig zijn en werk op de vloer zichtbaar is. Dat leidt tot snellere, betere inschattingen én warme overdracht.

Toekomstbestendig organiseren: van visie naar uitvoering

De toekomst vraagt om een schaalgrootte die efficiëntie én maatwerk mogelijk maakt. Een geïntegreerde organisatie voor werk, inkomen en werkvoorziening is haalbaar vanaf 200.000 inwoners. Met meer dan het dubbele aantal inwoners in Almere en Gooi en Vechtstreek is er voldoende ruimte om alle taken voor een inclusieve arbeidsmarkt goed en toekomstbestendig te organiseren.

In deze constructie wordt de sociale infrastructuur de spil: een organisatie die de gehele uitvoering van het gemeentelijk beleid op dit gebeid op zich neemt, samen met de afdelingen Werk & Inkomen van de gemeenten. “Geen versnippering, geen overdrachtsverliezen. Maar één loket voor inwoners en werkgevers.”

Tomingroep beschikt al over veel van de benodigde bouwstenen:

•    Ervaring in begeleiding van diverse doelgroepen (WSW, participatiewet, dagbesteding).
•    Werksoorten die aansluiten op verschillende niveaus, de zogeheten werkladder.
•    Expertise op het gebied van inclusieve arbeid, ook met gedragsproblematiek of beperkte
     belastbaarheid.
•   Regionale spreiding van werklocaties die aansluiten bij de lokale praktijk.
•   Nauwe samenwerking met werkgevers die openstaan voor maatwerk.

Deze bestaande infrastructuur biedt een solide fundament voor een bredere, geïntegreerde aanpak.

Ook onderwijs en bedrijfsleven moeten betrokken worden


Deze integrale aanpak kan alleen slagen als ook het onderwijs en het bedrijfsleven structureel meedoen. Zeker bij jongeren uit het VSO of praktijkonderwijs is een sluitende overgang cruciaal. Als je ze op dat punt mist, dreigt langdurige uitval. We moeten directe trajecten klaar hebben staan – idealiter via LeerWerkCentra – waarmee jongeren snel naar een passende werkplek groeien.

Ook sectorgerichte leerwerkplekken, bijvoorbeeld in de zorg of horeca zijn belangrijke pijlers.  We hebben al goede stappen gezet, maar nauwere samenwerking met werkgevers op locatie kan dit verder versterken.

Goed werkende sociale infrastructuur is waardevol en levert veel op

Momenteel stellen gemeentelijke bestuurders vaak de vraag of de sociale infrastructuur wel rendabel kan zijn. Het antwoord is nee, dat is het niet en zal het ook nooit zijn! Maar het is wel een onderdeel van een heel rendabel traject, namelijk zo veel mogelijk mensen weer naar werk helpen. Uit analyses blijkt dat gemeenten die echt integraal werken, minder mensen in de bijstand hebben, meer loonkostensubsidies inzetten en daardoor geld overhouden om in nieuwe trajecten te investeren. Een goede sociale infrastructuur is een investering die op termijn loont – financieel én sociaal.
Zie ook het onderzoek 70505 MKBA LKS rapportage def 1902.pdf

Tot slot

Ik heb zelf alle kansen gekregen om me te ontwikkelen. Maar helaas is dat niet voor iedereen weggelegd. Juist voor die mensen wil ik me inzetten. Als ik iemand zie uitstromen naar een werkplek bij een reguliere werkgever en hoor zeggen: “Ik wil hier nooit meer weg,” dan weet ik waarvoor ik het doe. Daar word ik echt blij van!”

Vergelijkbare berichten